Urgentie voor steviger beleid wordt groter Het wil maar niet vlotten met de circulaire economie
dinsdag 14 april 2026
De Integrale Circulaire Economie Rapportage 2025 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) stelde in het voorjaar van 2025 al dat Nederland niet op schema ligt voor een circulaire economie in 2050. Ondanks initiatieven, daalt het grondstoffengebruik onvoldoende en neemt de afhankelijkheid van import toe. De transitie bevindt zich nog niet in de versnellingsfase, wat de urgentie voor steviger beleid vergroot.
De belangrijkste punten uit de ICER 2025 zijn als volgt benoemd:
- geen versnelling: de transitie naar een circulaire economie verloopt te traag, ondanks diverse maatschappelijke initiatieven;
- grondstoffengebruik: het lukt onvoldoende om het structurele gebruik van primaire (nieuwe) grondstoffen te verminderen;
- kwetsbaarheid: de afhankelijkheid van de import van (kritieke) grondstoffen is groot, wat de noodzaak voor circulariteit vergroot door geopolitieke spanningen;
- beleid: stevig, specifiek Europees en nationaal beleid is noodzakelijk om de doelstellingen voor 2050 te halen.
Rapportage
Deze rapportage uit 2025 benadrukte nogmaals dat de huidige koers niet voldoende is om de circulaire ambities te realiseren. Een conclusie die de afval- en recyclingbranche deelt en die tevens vraagt om stevig ingrijpen in wet- en regelgeving en beleid. Met de publicatie van het Nationaal Programma Circulaire Economie 2025 is de eerste tweejaarlijkse actualisatie van het circulaire economie-beleid voor Nederland bekend gemaakt.
Het programma benadrukt de economische noodzaak en kansen, maar stuit toch op kritiek vanwege lagere ambities, onvoldoende financiering en stijgend grondstoffengebruik in de voorgaande jaren. Het PBL stelt dan ook dat de plannen en middelen nog onvoldoende zijn voor versnellen van de transitie van een lineaire naar een circulaire economie.
Onbestaanbaar
Met het bovenstaande in het achterhoofd is het dan ook onbestaanbaar dat het kabinet heeft besloten om de polymerenheffing niet in te voeren, waarmee het kabinet tegemoet komt aan wensen van de Nederlandse kunststofindustrie en het polymeer verwerkende midden- en kleinbedrijf. Hiermee werd het probleem (en de verantwoordelijkheid) namelijk verschoven van de voorkant van de keten naar de achterkant van de keten, de afval- en recyclingsector. Het schrappen van deze belastingheffing creëert een gat van 567 miljoen euro, dat deels via de afvalstoffenheffing op de burger wordt verhaald. Maar dit is niet alles. Door deze verschuiving is het op termijn niet meer interessant om bijvoorbeeld bouw- en sloopafval, de grootste afvalfractie in Nederland, in eigen land te sorteren en verwerken. Hierdoor verdwijnen potentieel hernieuwde grondstoffen naar het buitenland en sluit een heel groot deel van de recyclingbedrijven de poorten voor dit type afval. Er komt dus geen versnelling, geen grondstoffenhergebruik, meer kwetsbaarheid en de doelen voor 2050 worden ook niet gehaald. Kortom: een slechte maatregel voor de circulaire economie.
Hoe is het zover gekomen?
De afvalsector heeft breed aangegeven dat de verschuiving van de compensatie van de inkomstenderving van de polymerenheffing richting het afvaldomein onverstandig is. Als gevolg hiervan hebben de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat, Klimaat en Groene Groei en Financiën een werkgroep de opdracht gegeven om alternatieven te vinden voor het gat van 567 miljoen euro. Dit heeft men de werkgroep Afvalsector genoemd.
Het spreekt voor zich dat deze werkgroep, overwegend ingevuld met vertegenwoordigers van afvalverbrandingsinstallaties, pleit voor het ontzien van afvalverbrandingsinstallaties en stortplaatsen en vooral de lasten bij andere partijen neer wil leggen. Zo is dit probleem immers ook op hun bordje terechtgekomen. Dat gaat echter helaas niets oplossen aangezien de sector die de hete aardappel toegeschoven krijgt deze ook zo snel als mogelijk weer van tafel wil en doorgeeft aan een ander slachtoffer. Het probleem ligt bij de lobby van de primaire industrie. Een primaire industrie die zo veel mogelijk goedkope primaire grondstoffen wil gebruiken en helemaal niet gebaat is bij hergebruik of recycling zo lang als er geen schaarste is. Diezelfde industrie, die onvoldoende wordt belast voor de nazorg (afvalfase) van hun producten en waardoor de maatschappij met een afvalprobleem en de kosten blijft zitten.
Wat moet er dan wel gebeuren?
Op dit moment wordt het bereiken van een circulaire economie vooral opgehangen aan wensdenken van politici en academici en het valideren van rapporten van gerenommeerde en dure onderzoeksbureaus. De afval- en recyclingsector, een voorname schakel in circulariteit, staat te popelen om de transitie vorm te geven, maar zij wordt eerder gehinderd dan gestimuleerd. De sector heeft ook al vele voorstellen gedaan over de wijze waarop een circulaire economie op een praktische manier kan worden bereikt met behulp van slimme regelgeving die niet direct veel geld hoeft te kosten.
Het wordt dus tijd dat de Haagse ivoren torens worden verlaten en er in de praktijk wordt ervaren welke belemmeringen er zijn en wat er nodig is om de circulaire doelstellingen te behalen. Grote kans dat de volgende oplossingen op tafel komen:
- stimuleer de afzet van recyclaat (kunststof/mineraal/organisch/bio-based/staal), door middel van fluctuerende verplichte toevoegpercentages, op basis van het volumeaanbod;
- leg het gebruik van zeer zorgwekkende stoffen of potentieel zeer zorgwekkende stoffen door de industrie aan banden en beprijs de consequenties van het gebruik;
- stimuleer innovatie bij producenten en verwerkers van te hernieuwen grondstoffen, op basis van realistische en economisch verantwoorde business-cases i.p.v. financiering van knuffelprojecten.
Pijnlijke keuzes
Transitiegoeroe Derk Loorbach gaf bij de lancering van de eerste circulaire beleidsplannen al aan dat er altijd pijnlijke keuzes moeten worden gemaakt, wil men de doelen behalen. Tot op heden is de pijn neergelegd bij de afvalsector die juist een zeer positieve bijdrage zou moeten leveren in deze transitie.
Wij rekenen op onze nieuwe minister van Klimaat en Groene Groei, Stientje van Veldhoven, om haar woordelijke passie voor de circulaire economie in de komende regeerperiode om te zetten in daden en de recyclingbranche hier nadrukkelijk bij te betrekken.
Otto Friebel
Directeur BRBS Recycling
- Circulaire Economie
- Otto Friebel
Legal
Ketenplan Beton nader bekeken
19 maart 2026 Het Circulair Materialenplan (CMP) heeft het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) vervangen. Op 30 december 2025 is het CMP in werking getreden. Wat houdt het CMP precies in? Kan het de torenhoge ambitie waarmaken om Nederland in 2050 circulair te maken? Het Ketenplan Beton wordt in dit artikel nader be... lees meer
Circulaire Economie
Urgentie voor steviger beleid wordt groter Het wil maar niet vlotten met de circulaire economie
14 april 2026 De Integrale Circulaire Economie Rapportage 2025 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) stelde in het voorjaar van 2025 al dat Nederland niet op schema ligt voor een circulaire economie in 2050. Ondanks initiatieven, daalt het grondstoffengebruik onvoldoende en neemt de afhankelijkheid van im... lees meer